lemur HOME






Van 20-9 tot 10-10 2009 hebben we een we en rondreis gemaakt door Madagaskar, ook wel het RODE EILAND genoemd! Globaal zijn we van Antananarivo via Antsirabe, Fianarantoa, Ihosy naar Tuléar gereden. Hier hebben we het avontuur opgezocht en hebben de route Tuléar-Morondava gereden. Van Morondava weer terug naar de hoofdstad, voor de vlucht terug naar Amsterdam.



Hier ons verslag, geschreven tijdens de reis:


Coen, de eigenaar van de 4x4 terreinauto die we hebben gehuurd stond ons op te wachten tussen de mensenmassa op de luchthaven van Antananarivo, kortweg Tana. Toen ook het andere stel dat een auto bij hem huurde, Dirk en Rosemarijn, gearriveerd was kon het laatste stukje van de heenreis beginnen. Heel gezellig zaten we met zijn vijven, bagage inclusief rolstoel als stukjes tonijn in een blikje, in een Renaultje 4. We stonden eerst een half uur op de parkeerplaats vast. Er was één loket waar je parkeergeld kon betalen en daar moest zo'n beetje iedereen die uit het vliegtuig kwam met de auto langs! Onder het wachten kregen we nog een botsing ook! We werden we aangetikt door de auto achter ons. Twee grote gendarmeriepetten achter het stuur! Ze hadden een brede grijns. Hilarisch! Het zal er wel bij horen.




De volgende ochtend vertrokken we van onze prima slaap- en ontbijtplek (Hotel Sakamanga) naar Coen, die ons uitgebreid uitleg gaf over de auto's en de verschillende routes die je in Madagaskar kunt rijden. Dirk en Rosemarijn hadden een Toyota en wij een Mitsubishi. Tijd om te gaan. We gooiden eerste onze jerrycans vol met diesel en gingen op pad. Onderweg kom je ogen tekort! De bedrijvigheid in de dorpjes waar je doorheen rijdt, dieren die overal lopen, vrouwen en kinderen die manden op hun hoofden dragen. De kleurrijke en stoffige straten. En alles wordt hergebruikt. Verpakkingen, lege flessen, fietsbinnenbanden, enzovoort. We eten en slapen in Ambatolampy bij la Pineta. Het klikt goed tussen ons viertjes en we trekken ook de volgende twee dagen met elkaar op. Bij het koloniale gebouw dat opdoemde tussen de armoedige straatjes in Antsirabe genoten we van onze lunch. Erg chique allemaal, achter het kolossale gebouw lag ook een zwembad met duikplank. De duikplank was ogenschijnlijk net zo oud als het huis zelf. De plank was gespleten en kraakte als je eraf sprong. Gerhard was er met een idiote sprong afgedoken en Dirk pakte de camera om een herhaling ervan vast te leggen. Dit keer ging het mis; met een gekraak van jewelste sprong Gerhard de duikplank aan flarden! De plank schoot hoog de lucht in en viel naast hem in het water. Dirk kwam niet meer bij van het lachen! Hij heeft het plaatje van de plank in de lucht helaas niet kunnen schieten.



De volgende ochtend hebben we afscheid genomen. We hebben allebei een Malagassische telefoon gekocht om elkaar te kunnen smssen of bellen wanneer we toe zijn aan de trip Tuléar-Morondava. We hebben afgesproken deze route samen te doen. Dit worden 3 of 4 dagen de weg zoeken in de wildernis. We nemen dan genoeg eten en drinken mee voor de hele route. Vandaag hebben we al wat van de in Nederland verzamelde kinderkleding (20 kilo) weggegeven. De dankbaarheid is zo groot, we zouden willen dat we 200 kilo bij ons hadden! We sliepen in Camp Catta, en waren na een heel stuk gereden te hebben tot we niet verder konden, beland in een afgelegen dorpje. We kochten allebei een hoed van de nieuwsgierig geworden dorpelingen die om ons heen kwamen staan. Na een paar foto's gemaakt te hebben, de mensen moeten altijd heel hard lachen als ze zichzelf terugzien op het display, gingen we weer verder. Een jongen die met ons meeging naar een riviertje deed zijn kleren uit en sprong in het water. Ik pakte het hemd vol met gaten dat hij op de rots had gelegd en zocht er een zelfde maat blouse bij. Toen hij hem aandeed was hij zó gelukkig! Hij ging voor ons zingen uit dank! Wauw... Hierbij nogmaals iedereen hartelijk dank voor het geven van de kleding!


De wegen zijn hier soms ontzettend slecht. Het is echt terreinrijden. We hebben net 20 km afgelegd met 10 km per uur. De Mitshubishi moest af en toe in low gear om het te kunnen trekken omhoog. Af en toe doorkruisen we een dorpje, en wat hebben we een bekijks! Soms loopt het hele dorp leeg om ons te zien. Kinderen roepen ook naar ons; 'Vazaha!' (vreemdeling, blanke) en altijd zwaaien met die vriendelijke lach. Ze lachen met hun hele gezicht, zo puur, zo echt. En ik denk dat we nu al een dagje kunnen invallen voor de Koningin, zo geoefend zijn we met zwaaien! We zijn nu in Ihosy. Toen we het dorp binnenreden stond de weg vol toeschouwers. Er was een pousse-pousse-wedstrijd aan de gang! Een pousse-pousse is een door een mens lopend aangedreven karretje, het lijkt wel een beetje op een riksja. Een agent vroeg waar we heen wilden en loodste ons met gebaren en fluittonen door de rij mensen heen naar de overkant van de straat. We schaamden ons dood, we wilden omrijden... maar het hoort er allemaal bij. In de gezellige straatjes hadden we, helemaal met rolstoel, weer de nodige bekijks. Toch hebben we ons geen moment onveilig gevoeld. Maar we gaan 's avonds ook niet de straat op.



Alweer drie dagen verder. Wat gaat de tijd snel. Er is ook zoveel te zien! De kraampjes langs de weg bijvoorbeeld. Hutjes van bijelkaar geraapte materialen met allerlei dingen te koop. Je kunt hier gewoon één sigaret kopen, of een stuk brood voor 600 Ariary.




Eergisteren zijn we naar het National Park Isalo geweest. Bij de ingang van het park wilde een jongeman heel graag onze gids zijn en vroeg 40.000 Aryari om ons rond te leiden. Maar dat was wel veel en bovendien kunnen we met mijn beperking niet het hele park zien, maar wel een gedeelte. Het mooiste gedeelte! Na onderhandelen wilde hij het doen voor 15.000 Aryari (ongeveer EUR 6.00). Dit is exclusief de entreeprijs voor het park. De gids sprong op het dak en reed zo mee het park in omdat er geen achterbank in de auto zit. Die heeft Coen eruit gehaald vanwege de rolstoel die mee is. Hij vond het geen probleem en rookte een sigaret op het dak. We gaven hem een fles water en vroegen ons op het einde af of hij er nog wel op zat! Zo hobbelig en slecht was de weg geweest! Het smalle looppad was ongeveer anderhalve kilometer de berg op. Een hele uitdaging voor mij op mijn krukken. Maar toen we de lemuren (Maki in het Malagassisch) zagen was alle pijn vergeten, wat een prachtige dieren! Ze mauwen als kittens naar elkaar. Eén lemur had een baby-tje onder haar buik hangen terwijl ze van tak naar tak sprong. Onze gids vertelde dat ze slechts een paar uur per dag op deze plek zijn om te eten, en het 's nachts hogerop zoeken in de 'caves' om zo veilig te zijn voor de vossen. We zijn nog een stuk opwaards gelopen, maar het laatste stuk naar boven naar de waterval heeft Gerhard alleen met de gids gedaan. Dat was iets te gek voor mij. De waterval eindigt in een schitterend heldere pool. Gerhard heeft een duik genomen en kwam als herboren naar beneden.


We zijn nu in Tuléar, de grootste stad van Zuid Madagaskar. Zojuist nog een pousse-pousse genomen, want we wilden graag naar de zee. Toen we instapten en een prijsafspraak hadden gemaakt, gingen we in de tegenovergestelde richting van de zee. Ik vroeg hem: 'Nous irons à la mer, Oui?' Hij gaf aan dat hij het begreep. We dachten dat hij ons via het centrum wilde brengen. Na een ferme rit door het centrum bleek dat hij alleen Malagasy spreekt en er via een Franssprekende pousse-pousse loper achter kwam dat wij naar zee wilden! Hij moest hard lachen, om zichzelf waarschijnlijk, want de zee was weer helemaal terug! In de brandende zon! We hebben hem maar het dubbele gegeven van wat hij vroeg, arme man. Sommige mensen willen zich niet laten voorttrekken in een pousse-pousse, maar als je het wel doet help je ze mee aan hun inkomen.


Onderweg hier naartoe zagen we vaak gendarmerie. Meestal als je een dorp in, of uit rijdt. Er ligt dan een plank op de weg waar spijkers doorheen zijn geslagen, met de spijkers omhoog. Zodat je het niet in je hoofd haalt om door te rijden. Het lijkt wel alsof we vaker worden aangehouden als ík (Naomi) rijd! Vaak willen ze gewoon weten waar je heen gaat. Met een 'Bon voyage!' mogen we weer op pad. Vanavond treffen we Dirk en Rosemarijn weer, om morgen de rit naar Morondava te beginnen. We zijn erg benieuwd!




We zijn onderweg samen! Het weerzien was heel erg leuk. We hebben veel dingen hetzelfde gedaan bleek, en de avond vloog om met alle verhalen. Ook zij vonden dat ze meer werden aangehouden als er een dame achter het stuur zit!


De volgende dag was de weg van Tuléar naar Ifaty een mooi voorproefje van de 'echte' rit naar boven. Veel kuilen in de weg en mul zand. We hebben onderweg nog een gestrande Peugeot geholpen eruit te trekken. Een peuleschil voor de Toyota van Dirk en Rosemarijn!


In Ifaty hadden we een vierpersoons luxe bungalow aan het strand. Je keek zo vanuit je bed de golven in. Toen we net gesetteld waren 's middags, kwamen er twee Malagasy vragen of ze het eten voor ons mochten bereiden. Prima! Het liefst besteden we ons geld aan de Malagasy zelf. Allevier een hele vis met alles er nog op en aan, een grote pan rijst en een pannetje tomaten-uien-saus voor 6000 Aryari per persoon (ca EUR 2.40). Het was heerlijk! Ze brachten de pannen en borden plus bestek en haalden alles weer netjes op. Ik denk dat we nog nooit zulke verse vis gegeten hebben, ze zijn pas gaan vissen toen de bestelling binnen was! Geweldig dit.


Na al deze luxe waren we klaar voor de rit naar boven. Inkopen gedaan voor als we écht ergens gaan stranden in the middle of nowhere, alles boven op de Mitsubishi nog eens extra vastgezet met een vierde touw, olie van beide auto's gepeild en gaan! Op dit moment hebben we al heel wat mooie wegen bereden. Van stapvoets van kuil naar kuil via een combinatie van losse stenen en zand tot in opeens gemeen mul witzand waarin je alle zeilen bij moet zetten om niet vast te komen zitten. Heerlijk! We hebben zes uur achtereen gereden zonder te stoppen. Nouja, een keer omdat de open fles citroen afwasmiddel van Dirk & Rosemarijn door de auto danste! Maar uiteindelijk is het na een heel stuk verkeerd gereden te hebben, gelukt tot Salari te komen. Het is steeds alert blijven met geen enkel verkeersbord en in elk dorp vragen wat de naam van het dorp is. In Salari piepkleine vrolijk geschilderde hutjes met bed, klamboe, tafeltje en zelfs handspiegeltje. Helemaal goed. Straks iets eten maar misschien eerst weer een duik in het azuurblauwe water van de straat van Mozambique.




Toen we wegreden uit Salari moesten we even wachten op de Toyota. Er stond een jongetje van een jaar of zes ons te observeren. Ik deed het portier van de auto open en gaf hem een fleurig truitje van ongeveer zijn maat. Hij kwam voorzichtig naar me toe, pakte mijn hand en zei: 'Merci Maman'. Hoe vertederend! Het kleine mannetje draaide zich om en liep zo hard hij kon roepend naar zijn moeder met het truitje voor zich uit. Wat een schatje! En toch... Onderweg hadden we het erover, en later ook met Dirk en Rosemarijn dat het op deze manier eigenlijk niet goed is. Je verpest de kinderen ermee. In vele dorpjes waar we doorheen komen houden de kinderen hun hand op naar ons en roepen: 'Cadeau!' of 'Bonbon!' Dus we besloten om, zodra dat mogelijk is, de hele lading kleding bij een dorpsoudste of kerkje in een dorp te brengen.



We waren onderweg van Salari naar Morombe en natuurlijk kregen we op de meest onmogelijke plaats tijdens onze route pech!! Het rechter achterwiel stond ineens scheef onder de auto. Er was iets afgebroken bij de achteras en er was geen verbinding meer met de rest van de ophanging. Daar stonden we. In the middle of nowhere. Geen telefoonbereik en geen afdoende gereedschap. Gelukkig hadden we touw. Daarmee heeft Gerhard de stalen constructie die was afgeknapt vervangen. Alle zware jerrycans diesel gingen in de Toyota en heel voorzichtig hebben we het anderhalve dag gered tot Morombe. Pfff... Hier hebben ze een nieuwe U-ring gemaakt en de Mitsubishi weer gerepareerd. Ook de Toyota had een euvel. De stekker op een van de accupolen was weggesmolten en veroorzaakte kortsluiting waardoor er al dagenlang gestart moest worden door met kracht een steeksleutel op de accupolen te drukken. Alles is weer gefixt en morgen beginnen we aan de 165 km tocht naar Manja inclusief de oversteek bij Bevoay. Zin in!



Toen de auto's weer klaar waren hebben Gerhard en ik een kerkje opgezocht in het centrum van Morombe. Er werd net een zaterdagdienst gehouden. We zijn stilletjes acherin de kerk gaan zitten maar werden al gauw opgemerkt door een aantal mensen. Helemaal toen de geestelijk leider ons verwelkomde en ons zegende (dit hoorden we later), keek iedereen achterom! We wachtten tot de dienst was afgelopen en de geestelijk leider kwam bij ons. We vertelden over de kleding voor de kinderen. Wat een warmte en wat een dankbaarheid viel ons ten deel, ook van de kerkgangers die het meegekregen hadden. Wauw, we werden er stil van.



Zondagochtend gingen we op pad naar Manja. We konden Bevoay na een heleboel mensen gevraagd te hebben vinden en hadden gelezen dat we bij de oversteek op moesten passen voor jongens die achterop de auto gaan hangen om de auto nog sneller vast te laten raken in het mulle zand van het 300 meter brede strand waar we doorheen moesten. En voor wat kleingeld helpen ze je er natuurlijk graag weer uit. De heenweg naar het pontje ging goed. Met twee auto's en het hele dorp aan jongeren stonden we op het met houten planken aan elkaar gespijkerde vlot. De oversteek duurde maar tien minuten, het wegkomen uit het zand met alle taferelen van helpende en tegenwerkende kinderen uiteindelijk een uur!


Vanaf hier begon het zoeken naar de juiste weg naar Manja. We hebben veel fout gereden tussen de oversteek en Ankiliabo, en daarmee veel tijd verloren. Bij Ankiliabo stonden we even stil of we het zouden wagen naar Manja. Het was al vier uur en het is niet verstandig om in het donker te rijden met die onvoorziene gaten in de wegen. Maar we hebben het gered, leve onze GPS! Wat een barre tocht was het. We hebben niet eerder zulke slechte wegen meegemaakt. Nouja, wegen? Eerder maanlandschap met gaten van een halve meter en keiharde stenen waar je uit moet stappen om te kijken of je er over- of omheen moet, dan weer zand en twee meter bijna recht omhoog in low gear. We zijn door wateren gereden waarbij de motorkap geheel onder water terecht kwam en uiteindelijk was het nog racen tegen de invallende schemering! Pfff... wat smaakte dat eerste koude biertje toen goed zeg!





De volgende ochtend was de weg van Manja naar Belo sur Mer vinden de volgende uitdaging. Het begin ging goed. We hadden een idee hoever het was en ookal hadden we hulp van onze GPS, we moesten de verse sporen in de gaten houden en uiterst alert zijn om niet te verdwalen in deze toch wel jungle naar de kust. Veel mensen kwamen we onderweg niet tegen dus het was een verademing de rivierbedding te vinden na het bos waar we doorheen waren gegaan. We volgden de rivierbedding tot de zoutvlakte en toen was het weer adrenaline geblazen. We reden de zoutvlakte op en waanden ons vlakbij het einddoel. Dirk en Rosemarijn stopten zelfs even voor een fotomomentje. Niets aan de hand... Totdat de vrij stevige ondergrond omsloeg in vette, zachte klei met buiten de al gereden sporen, drijfzand! Wij hadden het eerder door omdat we voorop reden, en gingen dan ook absoluut niet meer van het gas! Na honderden meters durfden we te stoppen op een hard gedeelte, wachten op de Toyota. Maar deze bleef uit. Wat nu, terug? We besloten nog even te wachten en opeens verscheen daar dan toch die blauwe 4x4 aan de horizon! Maar toen ze bijna bij ons waren ging het helemaal mis en de Toyota groef zich in tot aan zijn buik...


Bijna drie uur later waren we weer onderweg. Gelukkig was het niet zo ver meer. 's Avonds waren we allevier behoorlijk kapot van twee heftige dagen achtereen. Dus we hebben er een nacht bij aan geplakt in Belo sur Mer. Dit dorpje is vorig jaar nog van de kaart geveegd door een cycloon. Het was heerlijk toeven zo aan het strand. Je kon weer zo'n beetje vanuit je hutje in de zee springen. En 's avonds weer gezellig eten samen.


Woensdag was het toch echt tijd om richting Morondava te vertrekken, want vanwege alle autopech en het toch teveel verkeerd rijden hebben we er een week over gedaan ipv drie of vier dagen! En vrijdag vliegen we al terug! We begrijpen trouwens achteraf niet dat iemand (lazen we in een verslag) de route Tuléar-Morondava in twee lange dagen kan doen, ook al weet hij de weg. Wat ons betreft onmogelijk, zeker zonder GPS!




We reden Belo sur Mer uit en hoopten dat we niet weer die klei door hoefden richting Morondava, maar helaas... Okee! Dan het gas erop! We zeilden van links naar rechts 180 graden om onze as heen en weer over de spiegelgladde kleigrond, het leek wel of we op zeep reden! De Toyota volgde en gelukkig kwam er niemand vast te zitten! Het volgende stuk was weer verse sporen volgen en de mensen die we tegenkwamen vragen of we nog steeds goed zitten. Tot ongeveer tien km voor Morondava hebben we samen gereden met Dirk en Rosemarijn. Daarna raakten we ze kwijt in de wirwar van beboste zandwegen. Je hebt daar geen bereik dus we konden elkaar niet bellen. Dan maar individueel naar Morondava, en hopen op een hereniging.


Een jongen met twee grote balen op zijn hoofd liep langs de weg en we vroegen of we goed zaten richting Morondava. Hij sprak alleen Malagasy maar snapte de bedoeling van Morondava wel, dus maande we hem zijn vracht op onze auto te gooien en mee te gaan naar de stad. Geen probleem! Het laatste stuk was hopeloos. Een autotrail gewoon! Stenen als skippieballen waar we overheen moesten en tegelijkertijd gaten van een halve meter diep. En wij maar proberen die auto heel te houden! Na elke meter uitstappen hoe de volgende meter te nemen... Ach, dit hadden we nog niet gehad!




Uiteindelijk in Morondava kregen we weer contact met Dirk en Rosemarijn. We hebben samen wat gegeten en afscheid genomen. Wij moeten echt verder naar Tana, hun vlucht gaat twee dagen later. Wauw wat een avontuur hebben we beleefd met zijn viertjes. We hebben samen veel gelachen en we waren er voor elkaar tijdens de extreme Tuléar-Morondava route. Nog een nachtje slapen en dan vliegen we alweer terug. Morgen hopen we de rolstoel een nieuwe eigenaar of een welkome plaats te kunnen geven.



Een nacht voor vertrek sliepen we in het dorpje Ambatolampy, zo'n 70 km onder de hoofdstad Antananarivo. 's Ochtends hebben we bij een kerk geinformeerd of men daar iemand kende die een rolstoel kon gebruiken maar we kwamen niet veel verder. We vroegen onze hoteleigenaar om raad. Hij was erg enthousiast over onze plannen en vertelde over een prothese-bouwer, die zijn vrouw geholpen had met haar door polio verlamde been. Hij wordt onderhouden door giften en heeft dus geen winstbelang. Binnen tien minuten na het telefoontje van de hoteleigenaar was hij er. De jongeman nam ons gelijk mee naar zijn werkplaats en we kregen er een goed gevoel bij. Dolblij nam hij de rolstoel in ontvangst. Na het uitwisselen van adressen en een fotomoment namen we afscheid.


Het was nog maar een klein stukje naar Tana. We zijn het centrum ingereden en ondervonden niets van eventuele ongeregeldheden met politieke achtergronden. Heel veel drukte en heel veel mensen. Heel iets anders dan we de afgelopen drie weken hebben meegemaakt. Fijn dat we toch de sfeer van de hoofdstad even hebben geproefd. 's Middags erg gezellig met Coen geborreld, en na weer een douche waar water (warm zelfs) uit kwam vlogen we 's nachts om 1.05 weer naar huis.



Waaauw wat een bijzonder avontuurlijke reis was dit! Wat hebben we veel beleefd! En wat een heerlijk land, Madagaskar. Met zijn vriendelijke inwoners, prachtige (ongevaarlijke) wilde dieren en schitterende unieke natuur! We kijken met een heel goed gevoel terug op dit avontuur met een grote A!




HOME